Een vrouw meent dat haar geslacht en/of leeftijd een rol hebben gespeeld bij de besluitvorming over haar kandidatuur voor de functie universitair docent bij een economische faculteit. Zij klaagt met name over het ‘glazen plafond’ in de wetenschap in het algemeen, de economische discipline in het bijzonder en de situatie bij deze economische faculteit meer in het bijzonder. Het feit dat haar sollicitatie meteen terzijde is gelegd, is volgens haar daarvan zowel een illustratie als een gevolg. De Commissie stelt vast dat bij de gevolgde sollicitatieprocedure sprake was van vage, zelfs tegenstrijdige en schuivende selectiecriteria. Ook overigens was de procedure ondoorzichtig; zo zijn er geen sollicitatiegesprekken gevoerd. Tezamen met het feit dat sprake is van een ondervertegenwoordiging van vrouwen in Nederland in de (economische) wetenschap en het afnemende aantal vrouwelijke wetenschappers bij de betreffende afdeling, leidt dit tot een vermoeden van onderscheid op grond van geslacht. De universiteit slaagt er niet in dit vermoeden te weerleggen. Onderscheid op grond van geslacht. Onvoldoende feiten om onderscheid op grond van leeftijd te kunnen doen vermoeden.