Een man heeft via de website van de Koninklijke Landmacht een open sollicitatie gedaan naar een functie bij Defensie. Hij had geen voorkeur voor een militaire of een burgerfunctie. Ten tijde van zijn sollicitatie was de man 53 jaar oud. De man ontving vervolgens een afwijzingsbrief waarin stond dat hij niet in aanmerking kwam voor een functie bij Defensie, omdat hij minder dan vijftien jaar verwijderd was van zijn datum van leeftijdsonstlag bij het bereiken van de leeftijd van 60 jaar. De staatssecretaris heeft toegelicht dat hij de sollicitatie van de man heeft opgevat als een sollicitatie naar een militaire functie, omdat hij heeft gesolliciteerd via de website van de Koninklijke Luchtmacht en hierop enkel militaire functies worden aangeboden, tenzij uitdrukkelijk is vermeld dat het een burgerfunctie betreft. De Commissie overweegt dat voor buitenstaanders uit de website niet duidelijk blijkt dat de functies die hierop worden aangeboden hoofdzakelijk militaire functies zijn. De man heeft de afwijzing dan ook kunnen begrijpen als een afwijzing voor zowel militaire functies als burgerfuncties. De Commissie onderzoekt vervolgens of de Staatssecretaris van Defensie verboden onderscheid op grond van de leeftijd heeft gemaakt door de man voor beide typen functies af te wijzen. Ten aanzien van de afwijzing voor burgerfuncties oordeelt de Commissie dat jegens de man verboden onderscheid op grond van leeftijd is gemaakt. De staatssecretaris heeft toegelicht dat voor burgerfuncties geen leeftijdseisen gelden en acht dus zelf geen grond aanwezig de man af te wijzen voor deze functies vanwege zijn leeftijd. Ten aanzien van de afwijzing voor enige militaire functie heeft de staatssecretaris toegelicht dat men enkel in aanmerking komt voor een militaire functie, indien men voldoet aan de rendementseis. Deze eis houdt in dat een militair bij aanstelling niet minder dan vijftien jaar verwijderd mag zijn van zijn datum van leeftijdsontslag. Dit komt er in de praktijk op neer dat de militair bij instroom niet ouder mag zijn dan 44 jaar, aangezien het leeftijdsontslag van militairen op de leeftijd van 60 jaar plaatsvindt. De staatssecretaris heeft toegelicht dat de rendementseis een tweeledig doel dient, te weten: het bijdragen aan de totstandkoming van een piramidale opbouw van het personeelsbestand en het nastreven van een goede balans tussen de kosten van de overbruggingsuitkering en de arbeid die de militair heeft verricht voordat hij aanspraak maakt op deze uitkering. Een militair ontvangt een overbruggingsuitkering vanaf het moment dat hij in aanmerking komt voor leeftijdsontslag tot aan het moment dat hij de leeftijd van 65 jaar bereikt en hij in aanmerking komt voor pensioen. Ten aanzien van de piramidale opbouw van het personeelsbestand waarnaar de staatssecretaris streeft, overweegt de Commissie dat dit doel legitiem is. De defensieorganisatie heeft immers in de lagere functies de meeste en de jongste militaire ambtenaren nodig. De rendementseis is echter naar het oordeel van de Commissie niet geschikt om dit doel te bereiken. Niet valt immers in te zien dat de rendementseis bijdraagt aan de piramidale opbouw van het personeelsbestand. De rendementseis is immers enkel van toepassing op personeel dat horizontaal instroomt in de piramide. Ten aanzien van het tweede doel, te weten: een goede balans tussen de kosten van de overbruggingsuitkering en de arbeid die de militair heeft verricht voordat hij hiervoor in aanmerking komt, overweegt de Commissie dat dit doel weliswaar legitiem is, maar niet noodzakelijk. De staatssecretaris kan namelijk overwegen om in de uitkeringsregeling een voorziening op te nemen waardoor de hoogte van de uitkering zodanig wordt gekoppeld aan het aantal jaren dat een militair werkzaam is geweest dat de beoogde balans, tussen de hoogte van de uitkering en de arbeid die de militair heeft verricht, wordt bereikt. Anders dan nu het geval is, is in zo’n regeling geen sprake van een vooraf vastgestelde vaste rendementseis en uitkering, maar is de duur van de aanstelling bepalend voor de hoogte van de uitkering. De Commissie oordeelt dat de staatssecretaris verboden onderscheid op grond van leeftijd heeft gemaakt door de man af te wijzen voor militaire functies en burgerfuncties.