Samenvatting
Een man reageert op een vacature voor supervisor callcenter die door een uitzendbureau op internet is geplaatst. Een medewerker van het uitzendbureau schrijft in een e-mail aan de man dat voor deze vacature een kandidaat wordt gezocht tussen de 23 en 26 jaar oud. Hiermee is een vermoeden van onderscheid gevestigd. Het argument dat de reactie van de betrokken medewerker wordt betreurd en niet conform de uitgangspunten van de organisatie is kan niet dienen ter weerlegging van het vermoeden van onderscheid. Het uitzendbureau is verantwoordelijk voor de inhoud en bewoordingen van e-mails die namens haar door een medewerker worden verzonden. Met het gemaakte excuus heeft het uitzendbureau impliciet bevestigd dat onderscheid als hier aan de orde niet acceptabel is. De Commissie stelt derhalve vast dat er geen rechtvaardiging voor het gemaakte onderscheid is aangevoerd terwijl ook anderszins niet is gebleken van omstandigheden die het gemaakte leeftijdsonderscheid kunnen rechtvaardigen.