Een man, die sinds 1978 in Nederland woont en afkomstig is uit Groot-Brittannië, heeft gesolliciteerd naar de functie van gezondheidszorgpsycholoog. Hij is afgewezen vanwege zijn Engelse accent. Het psychologeninstituut stelt dat het accent van de man in de weg staat aan de goede zorg aan cliënten. De Commissie oordeelt dat er geen sprake is van onderscheid op grond van nationaliteit, omdat de man de Nederlandse nationaliteit heeft en de afwijzing op geen enkele manier samenhangt met deze nationaliteit. Er is geen sprake van direct onderscheid op grond van ras, omdat het instituut meent dat ook stads- en streekaccenten aan een goede zorg in de weg staan. Wel is sprake van indirect onderscheid op grond van ras, in de zin van nationale afstamming. Dit indirecte onderscheid is niet objectief gerechtvaardigd, omdat het psychologeninstituut onvoldoende heeft onderbouwd waarom een optimale zorgverlening aan personen met angstklachten wordt belemmerd, indien de psycholoog met een accent spreekt.