Verzoekster werft en bemiddelt vrijwilligers voor uitzending
naar ontwikkelingslanden. Zij bemiddelt niet ten behoeve van
personen met een financieel afhankelijke partner of ten behoeve
van personen die worden vergezeld door een of meerdere
afhankelijke kinderen. Verzoekster wil weten of dit beleid
strookt met de wetgeving gelijke behandeling.
De Commissie acht zich bevoegd het voorgelegde beleid van
verzoekster, dat mede wordt uitgevoerd en bepaald door een
zusterorganisatie in Engeland, te beoordelen. Zij oordeelt dat
geen sprake is van direct onderscheid op grond van geslacht of
burgerlijke staat. De eisen die verzoekster aan vrijwilligers
stelt, verwijzen niet rechtstreeks naar het geslacht of de
burgerlijke staat van de vrijwilliger.
De Commissie concludeert tevens dat geen sprake is van een
onevenredige benadeling van vrouwen door toepassing van beide
beleidsonderdelen. Er is derhalve geen sprake van indirect
onderscheid op grond van geslacht.
De Commissie is van oordeel dat beide beleidsaspecten leiden
tot een onevenredige benadeling van gehuwden, reden waarom bij
beide aspecten sprake is van indirect onderscheid naar
burgerlijke staat. De Commissie acht het niet proportioneel om,
gelet op de aard van de werkzaamheden en de instelling alsmede
vanwege fincanciële argumenten, een verbod op bemiddeling van
vrijwilligers met een financieel afhankelijke parter en met
afhankelijke kinderen te hanteren.