Een gemeentelijke dienst reserveert vacante functies in eerste instantie voor allochtone kandidaten. De dienst voert in eerste instantie alleen gesprekken met gekwalificeerde allochtone kandidaten, autochtone kandidaten komen pas aan bod als uit die gespreksrondes geen geschikte allochtone kandidaat komt. Het is wettelijk toegestaan een voorkeursbeleid te voeren voor allochtone kandidaten, als dit beleid voldoet aan een aantal criteria. De door de dienst gehanteerde selectiemethode voldoet niet aan het criterium dat alle sollicitanten worden onderworpen aan dezelfde, objectieve beoordeling. Het standpunt van de dienst dat sprake is van een bijzondere situatie - gelet op het karakter van de dienst, de mate van achterstand en het falen van eerdere maatregelen - die een zwaardere vorm van voorkeursbeleid rechtvaardigt, volgt de Commissie niet. De Commissie sluit niet uit dat zich een dusdanig uitzonderlijke situatie kan voordoen dat de strenge toets - op basis van de jurisprudentie van het HvJ EG - in verband met de proportionaliteit niet onverkort behoort te worden toegepast. In het onderhavige geval is echter geen sprake van een dergelijke uitzonderlijke situatie. Het voorkeursbeleid van de dienst leidt derhalve tot verboden onderscheid op grond van ras bij de werving en selectie jegens autochtone sollicitanten.