Een onderzoeksinstelling hanteert bij de aanstelling van postdocs voor in Nederland gepromoveerden een buitenlandclausule. In Nederland gepromoveerden komen alleen in aanmerking voor een postdocplaats als zij beschikken over een aantal jaren relevante buitenlandervaring. Daarnaast spreekt de instelling in advertenties voor postdocs die zijn geplaatst op de website de voorkeur uit voor kandidaten die in het buitenland zijn gepromoveerd. De centrale ondernemingsraad van de stichting is van mening dat hiermee verboden onderscheid op grond van nationaliteit wordt gemaakt.
De Commissie is van oordeel dat de instelling door het hanteren van de buitenlandclausule indirect onderscheid naar nationaliteit maakt bij de behandeling bij de vervulling van een openstaande betrekking. Het doel, het bevorderen van de kwaliteit van het natuurkundig onderzoek in Nederland, is legitiem. Het middel, de buitenlandclausule, kan volgens de Commissie bijdragen aan de vergroting van de kwaliteit van het natuurkundig onderzoek in Nederland en is derhalve geschikt om het doel te bereiken. Naar het oordeel van de Commissie is het middel echter niet noodzakelijk om het doel te bereiken, omdat de eis van buitenlandervaring alleen aan in Nederland gepromoveerden wordt gesteld en niet aan nadere kwaliteitseisen is gekoppeld. Voorts constateert de Commissie dat het een goed alternatief zou zijn om ook aan in het buitenland gepromoveerden de eis te stellen dat zij ervaring in een ander land dan het land van promotie hebben opgedaan.
Ten aanzien van de vraag of sprake is van onderscheid naar nationaliteit bij de aanbieding van een betrekking oordeelt de Commissie dat het in de advertentie opgenomen criterium strenger is en verder strekt dan het in de buitenlandclausule opgenomen criterium en dat het reeds daarom niet gerechtvaardigd onderscheid naar nationaliteit oplevert.