Weigeren dove man als BHV-er geen onderscheid. Het niet bespreken van ongeschiktheid levert onderscheid op grond van handicap op.

Oordeelnummer

2008-49

Samenvatting

Een dove man is in dienst bij een gemeente. Hij stelt dat zijn werkgever onderscheid heeft gemaakt op grond van zijn handicap, door hem vanwege zijn doofheid af te wijzen voor de functie van BHV-er. De Commissie overweegt dat het in de organisatie waar verzoeker werkzaam is noodzakelijk is dat alle BHV-ers zelfstandig alle taken kunnen uitvoeren. Verzoeker is hiertoe als gevolg van zijn handicap niet in staat. De Commissie oordeelt dat de werkgever geen onderscheid heeft gemaakt op grond van zijn handicap, omdat hij niet geschikt is om in voorkomende gevallen alle BHV-taken uit te voeren. De Commissie overweegt daarnaast dat de man eerder diverse jaren als EHBO-er deel heeft uitgemaakt van de BHV-organisatie, terwijl hij hiervoor eigenlijk niet geschikt werd geacht. Hierover is nooit met hem gesproken. De Commissie rekent het de gemeente aan dat zij de man onnodig heeft gekwetst door niet met hem in gesprek te treden, uitsluitend, omdat hij een handicap heeft. Op grond hiervan oordeelt de Commissie dat de gemeente in strijd heeft gehandeld met het verbod om onderscheid te maken op grond van handicap of chronische ziekte bij de arbeidsomstandigheden.

Grond:
Handicap of chronische ziekte
Terrein:
Arbeid - Arbeidsomstandigheden
Trefwoord:
Discriminatie op de werkvloer
Bevoegdheid Commissie (CGB)
Handicap
Overheid
Doeltreffende aanpassing
Handicap of chronische ziekte
Arbeidsomstandigheden
Wetsartikel:
Wet gelijke behandeling handicap of chronische ziekte
Wet gelijke behandeling handicap of chronische ziekte
Wet gelijke behandeling handicap of chronische ziekte
Wet gelijke behandeling handicap of chronische ziekte
Dictum:
Verboden onderscheid
geprint van: http://cgb.nl/oordelen/oordeel/215321/weigeren_dove_man_als_bhv_er_geen_onderscheid__het_niet_bespreken_van_ongeschiktheid_levert_onderscheid_op_grond_van_handicap_op_