Een vrouw werkt op een school voor voortgezet onderwijs als docent Duits. Zij is benoemd in een B-functie en is ingeschaald in de bijbehorende salarisschaal. Zij stelt dat zij ongelijk wordt beloond ten opzichte van drie mannelijke collega"s, die in de
C-functie zijn benoemd.
Voorts stelt zij dat de doorstroming van B-docenten is beperkt, doordat de school aan docenten met een HOS-salarisgarantie vrijwel automatisch een C-functie heeft toegekend, hetgeen volgens de docente leidt tot onderscheid op grond van geslacht.
Geconstateerd wordt dat zij zich voor wat betreft haar inschaling kan vergelijken met één van de drie aangewezen maatmannen. Aangezien zij lager is ingeschaald dan deze maatman terwijl tussen partijen vaststaat dat zij arbeid van tenminste gelijke waarde verricht, is sprake van direct onderscheid op grond van geslacht.
Ten aanzien van de doorstroming wordt geconstateerd dat de doorgroeimogelijkheden van docenten zonder HOS-salarisgarantie kleiner waren dan die van docenten met zo"n garantie.
Het aanvankelijk toekennen van de C-functie aan uitsluitend docenten met een HOS-salarisgarantie is gemiddeld genomen in het nadeel van vrouwelijke docenten.
Hierdoor ontstaat onderscheid op grond van geslacht, waarvoor geen objectieve rechtvaardiging is aangevoerd.