Een internationaal bedrijf maakt onderscheid op grond van geslacht (zwangerschap-moederschap) bij de arbeidsvoorwaarden door de functie van een werknemer, de general manager in Nederland, op te heffen na haar eerste zwangerschapsverlof, door haar een onredelijk alternatief in Frankfurt aan te bieden, door haar vervolgens in een lagere vervangende functie in Nederland te plaatsen en door haar bestuursverantwoordelijkheden af te nemen in deze lagere functie. De werkgever is er niet in geslaagd het vermoeden van onderscheid te weerleggen. Tevens een onzorgvuldige klachtbehandeling. Geen onderscheid op grond van geslacht bij de beloning. Geen victimisatie.