Beveiligingsbedrijf maakt geen onderscheid op grond van godsdienst door verzoeker te vragen zijn baard te knippen of te trimmen.

Oordeelnummer

2007-8

Samenvatting

Verzoeker is moslim. Hij stelt om religieuze redenen een baard te dragen. Verzoeker stelt dat zijn voormalige werkgever, een beveiligingsbedrijf, onderscheid maakte op grond van godsdienst door van hem te eisen dat hij zijn baard afscheerde danwel inkortte. Daargelaten de vraag of sprake is van een godsdienstig voorschrift: verweerster hanteert een in neutrale termen gestelde huisregel. Zij verlangde van verzoeker niet meer dan dat hij zijn baard verzorgde. Het is niet gebleken dat verzoeker door de handhaving van deze regel op enigerlei wijze is belemmerd in de belijding of uiting van zijn geloof. In het bijzonder is niet gebleken dat verzoeker door verweerster werd verboden een baard te dragen van de door hem gewenste of door zijn geloof ingegeven lengte. Geen direct of indirect onderscheid.

Grond:
Godsdienst
Terrein:
Arbeid - Arbeidsvoorwaarden
Trefwoord:
Arbeidsvoorwaarden
Discriminatie op de werkvloer
Godsdienst
Wetsartikel:
Algemene wet gelijke Behandeling
Algemene wet gelijke Behandeling
Dictum:
Geen verboden onderscheid
geprint van: http://cgb.nl/oordelen/oordeel/214451/beveiligingsbedrijf_maakt_geen_onderscheid_op_grond_van_godsdienst_door_verzoeker_te_vragen_zijn_baard_te_knippen_of_te_trimmen_