Een instelling voor maatschappelijke dienstverlening wil een beleid voeren dat gericht is op het vergroten van de instroom van mannelijke, allochtone, homoseksuele en reïntegrerende werknemers om met betrekking tot haar personeelsbestand te komen tot een goede afspiegeling van haar cliënten en de Amsterdamse bevolking. Voorts wil de instelling gelet op de waarborg van haar continuïteit jongere werknemers aannemen.
De Commissie overweegt dat het maken van direct onderscheid slechts in enkele situaties is toegestaan. Afspiegelingsbeleid, waarbij bij gelijke geschiktheid de voorkeur uitgaat naar een kandidaat met bepaalde kenmerken komt overeen met voorkeursbeleid. Dit is ingevolge het Nederlandse recht slechts toegestaan om nadelen op te heffen of te compenseren voor vrouwen, personen behorend tot een bepaalde etnische of culturele minderheidsgroep en personen met een handicap of chronische ziekte.
Het voeren van een voorkeursbeleid ten behoeve van mannen is dan ook niet toegestaan. Voorkeursbeleid met betrekking tot seksuele gerichtheid en leeftijd is evenmin toegestaan. In de gegeven situatie is het voorgenomen voorkeursbeleid met betrekking tot ras en handicap of chronische ziekte niet in strijd met de wet.
De Commissie oordeelt tenslotte dat het continuïteitsargument geen objectieve rechtvaardiging oplevert voor het onderscheid vanwege leeftijd.