Verweerster heeft niet kunnen bewijzen dat de seksuele gerichtheid van verzoeker geen rol heeft gespeeld bij het afbreken van de onderhandelingen ten behoeve van een samenwerkingsovereenkomst.

Oordeelnummer

2004-104

Samenvatting

Verzoeker is eigenaar van een architectenbureau. Verweerster exploiteert eveneens een architectenbureau. Verweerster heeft een advertentie geplaatst waarin een collega-architect wordt gevraagd om de continuïteit van haar bedrijf te waarborgen. Verzoeker heeft op deze advertentie gereageerd. Verzoeker en verweerster hebben in totaal zes gesprekken gevoerd. Verzoeker heeft eenmaal een brief en eenmaal een fax ontvangen waarin de besproken punten voor een te maken samenwerkingsovereenkomst schriftelijk stonden vastgelegd. Op de dag van de ontvangst van voornoemde fax, heeft de adviseur van verweerster tijdens een gearrangeerd gesprek aan verzoeker gevraagd of hij samenwoonde met een man met wie hij een homoseksuele relatie heeft. Verzoeker heeft bevestigend geantwoord. Drie dagen later, na het weekeinde, heeft verzoeker een fax ontvangen van verweerster waarin stond dat verweerster wenste af te zien van verdere onderhandelingen omdat er van de kant van verweerster geen voldoende vertrouwensbasis meer was voor de zeer ingrijpende verdere ontwikkelingen. In geding is de vraag of verweerster jegens verzoeker onderscheid heeft gemaakt op grond van seksuele gerichtheid door de onderhandelingen ten behoeve van een samenwerkingsverband af te breken. De Commissie concludeert allereerst dat de beoogde samenwerkingsvormen tussen verzoeker en verweerster te herleiden zijn tot artikel 5 dan wel 6 AWGB en dat zij derhalve bevoegd is het bestreden handelen van verweerster te toetsen. Wat de zaak zelf betreft oordeelt de Commissie dat verzoeker voldoende feiten heeft aangevoerd die onderscheid op grond van seksuele gerichtheid kunnen doen vermoeden vanwege de korte tijdspanne tussen de bevestiging van verzoeker dat hij een homoseksuele relatie heeft en het afbreken van de onderhandelingen, alsmede de omstandigheid dat verzoeker er vanuit mocht gaan dat verweerster positief stond tegenover het aangaan van een samenwerkingsverband. De Commissie is voorts van oordeel dat er geen, door verweerster aangevoerd, verband kan bestaan tussen de zakelijke (on)geschiktheid van verzoeker en de al dan niet gegeven openheid over zijn seksuele gerichtheid. Verweerster heeft haar kritiek op de persoon dan wel capaciteiten van verzoeker niet onderbouwd. Verweerster heeft derhalve niet kunnen bewijzen dat de seksuele gerichtheid van verzoeker geen rol heeft gespeeld bij het afbreken van de onderhandelingen ten behoeve van een samenwerkingsverband met hem.

Grond:
Hetero- of homoseksuele gerichtheid
Terrein:
Arbeid - Overig, nl
Trefwoord:
Aangaan arbeidsverhouding
Selectie
Bevoegdheid Commissie (CGB)
Sollicitatie
Wetsartikel:
Algemene wet gelijke Behandeling
Algemene wet gelijke Behandeling
geprint van: http://cgb.nl/oordelen/oordeel/212807/verweerster_heeft_niet_kunnen_bewijzen_dat_de_seksuele_gerichtheid_van_verzoeker_geen_rol_heeft_gespeeld_bij_het_afbreken_van_de_onderhandelingen_ten_behoeve_van_een___