Sollicitatie. IND maakt indirect onderscheid op grond van godsdienst door van hoor- en beslismedewerkers te verlangen dat zij in voorkomende gevallen zichtbare geloofsuitingen afleggen.

Oordeelnummer

2007-195

Samenvatting

Een vrouw is moslim en draagt vanwege haar geloofsovertuiging een hoofddoek. Zij heeft bij de IND gesolliciteerd naar de functie van hoor- en beslismedewerker. De vrouw is afgewezen omdat zij naar de mening van de IND onvoldoende flexibel is met betrekking tot het afdoen van haar hoofddoek bij contacten met asielzoekers. De Commissie is van oordeel dat de IND indirect onderscheid op grond van godsdienst heeft gemaakt. Verweerder wil asielzoekers zo veel mogelijk ruimte bieden hun verhaal te formuleren in een zo neutraal mogelijke omgeving, om op die manier elke schijn van vooringenomenheid te vermijden. Dit doel is volgens de Commissie voldoende zwaarwegend en niet discriminerend. Het middel, het van hoor- en beslismedewerkers verlangen dat zij in voorkomende gevallen zichtbare geloofsuitingen afleggen, staat echter niet in een evenredige verhouding tot het doel, nu de - mede door verzoekster voorgestelde - alternatieven onvoldoende zijn beproefd. Het middel is dan ook niet proportioneel. Verboden onderscheid op grond van godsdienst.
Grond:
Godsdienst
Trefwoord:
Godsdienst
Hoofddoek
Overheid
Sollicitatie
Werving & selectie
Wetsartikel:
artikel 1 AWGB
artikel 4 AWGB
artikel 8A AWGB
geprint van: http://cgb.nl/oordeel/2007-195